Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord spreiden

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
(uitspreiden)
desenvolver
;
extender
;
tender
(spleet)
grieta
;
hendedura
;
quebraja
(etaleren; uitstallen)
exponer
(tonen; vertonen)
enseñar
;
indicar
;
mostrar
;
señalar
(spreiden; ontvouwen)
desenvolver
;
extender
;
tender
(verbreiden)
extender
;
propagar
🔗 Het gebouw verspreidde een stank.