Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord pijp

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
pernera
pipa
🔗 Is er geen pijp bij jullie buit?
(schacht; staaf)
barra
;
vara
(buis; kanaal; steel)
cañón
;
tubo
(fluit)
flauta
🔗 De muziek—vedels en pijpen—werd luider naarmate ik verderging.
de pijp aan Maarten geven
(doodgaan; sterven; verscheiden; versmachten; heengaan; de kraaienmars blazen; ontslapen; het loodje leggen; het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen; de pijp uit gaan; de geest geven; de laatste adem uitblazen; aan zijn eind komen)
de pijp uit gaan
(doodgaan; de kraaienmars blazen)
Duitse pijp
(pijpbloem)
aristoloquia
(pijp)
pernera
🔗 Corrigan wreef met zijn handen langs zijn broekspijpen.
tráquea
🔗 Tegelijkertijd voelde hij hoe de andere hand van de Italiaan zich om zijn luchtpijp sloot.
cámara
;
cámara de aire
;
cámara de neumático
(bosui)
cebolla de primavera
;
cebolla de verdeo
;
cebollín
;
cebolleta
(Duitse pijp)
aristoloquia
molinia
molinia
;
mansiega
;
masiega
blua molinio
🔗 De dieren eten vooral het pijpestrootje weg.
(bieslook)
cebollino
tabaco para pipa
(fistel)
fístula
tabakspijp
(pijp)
pipa
vredespijp
calumet
;
pipa india
(waterleiding)
acequia
narguile