Nederlands–Spaans woordenboek

Spaanse vertaling van het Nederlandse woord dingen

Nederlands → Spaans
  
NederlandsSpaans (indirect vertaald)Esperanto
aspirar
;
desear
(afdingen; marchanderen; pingelen; afpingelen; sjacheren)
regatear
(ambiëren; streven naar)
aspirar
;
desear
🔗 Visbhume, leerling van de kortelings overleden Hippolito, dong naar eenzelfde betrekking bij de tovenaar Tamurello, doch werd door deze niet aangenomen.
(marchanderen; pingelen; afpingelen; sjacheren; dingen)
regatear
🔗 Hij dong niet af.
(conditioneren; stipuleren)
estipular
🔗 Welke prijs dacht je te bedingen?
(zaak)
asunto
;
cosa
;
negocio
🔗 Maar één ding wist hij nu al.
(object; voorwerp)
🔗 En weet ge wat van dit ding?
(voorwerp)
cosa
;
🔗 Hoe komt dat ding nou hier?
(concurreren; meedingen; wedijveren)
competir
;
rivalizar
(concurreren; wedijveren; mededingen)
competir
;
rivalizar