Nederlands–Italiaans woordenboek

Italiaanse vertaling van het Nederlandse woord spreken

Nederlands → Italiaans
  
NederlandsItaliaans (indirect vertaald)Esperanto
(praten)
🔗 Maar ik kon niet spreken.
(praten)
🔗 De burgemeester wil je spreken.
(praten)
🔗 Op een winterse dag met Regin over zijn toekomst sprekend, vroeg Sigurd: „Welke daden worden van mij verwacht?”
(om zo te zeggen)
per cosÌ dire
🔗 We hadden bij wijze van spreken een mier kunnen horen lopen.
(overeenkomen)
convenire
;
pattuire
;
accordarsi
🔗 Vóór we weggaan, moeten we nog enkele zaken goed afspreken.
(behandelen; bepraten; discussiëren)
discutere
🔗 Dit is niet besproken geworden.
(discuteren; discussiëren; bediscussiëren)
discutere
(belasteren)
calunniare
;
diffamare
contestare
;
disputare
🔗 De Tanzaniaanse regering spreekt de beschuldigingen tegen.
contraddire
🔗 Het is niet aan mij de computer tegen te spreken.
(betuigen; uitdrukken; uiten)
esprimere
🔗 Het Kremlin heeft zijn steun uitgesproken voor de benoeming van Mojtabā Xāmene’i als nieuwe opperste leider van Iran.
(in tegenspraak zijn met; tegenspreken; tegenwerpen)
contraddire
🔗 „Daarvoor is geen gevaar,” wedersprak de foerier lachend.