Nederlands–Frans woordenboek

Franse vertaling van het Nederlandse woord binden

Nederlands → Frans
  
NederlandsFrans (indirect vertaald)Esperanto
(inbinden)
serrer
(vastbinden; vastmaken; verbinden)
attacher
;
nouer
;
🔗 Ook hij werd gebonden.
(meren; onderbinden; vastbinden; vastleggen; aanmeren)
attacher
;
lier
🔗 Vanaf vrijdag 6 december om 10 uur kan men de schaatsen aanbinden op de volledig overdekte schaatsbaan.
commencer
;
🔗 De overheid heeft de strijd aangebonden tegen fraude met onder andere kentekens.
(losbinden; losmaken)
détacher
(verbinden)
associer
;
joindre
; ;
réunir
(Romeinse sla)
laitue romaine
roma laktuko
(katwilg; teenwilg)
saule des vanniers
;
vime
;
osier vert
(binden)
(afbinden; losmaken)
détacher
(aanbinden)
attacher
;
lier
🔗 Nog nooit had ik echter met zóveel tegenzin de schaatsen ondergebonden als nu.
(verbinden)
associer
;
joindre
; ;
réunir
(aanbinden; meren; vastleggen; aanmeren)
attacher
;
lier
🔗 Simon bond het vast en Nilder boog zich weer over de railing.
(binden; vastmaken; verbinden)
attacher
;
nouer
;
🔗 En als zijn armen waren vastgebonden, hoe heeft hij het mes dan gebruikt?
agglutiner
(zwachtelen; inzwachtelen; omzwachtelen)
panser
;
bander
🔗 Laat ik eerst uw hoofd betten en uw hand verbinden.
(aansluiten)
connecter
;
(bijeenbinden; samenbinden)
associer
;
joindre
; ;
réunir
(aansluiten; binden; vastbinden; vastmaken; liëren)
attacher
;
nouer
;