| Nederlands | Esperanto |
|---|
| |
| |
| () |
🔗 De volgende morgen immers zou er een tocht worden gereden van Haarlem naar Hoorn en van Hoorn weer terug naar Haarlem, samen een goede 120 km.
|
| (rijtoer) | |
🔗 Ik zag ze toen ik uit rijden was.
|
| |
🔗 Langzaam reden wij langs het water verder.
|
| (gaan; karren) | |
🔗 Ik zou niet graag in dat oude wagentje rijden dat u daar hebt!
|
| (chaufferen; vervoeren) | |
🔗 Daarna kan ik jou naar het vliegveld rijden.
|
| |
| |
|
| |
🔗 Vanwege die hevige sneeuwval rijden er voorlopig geen bussen van vervoerder Arriva.
|
| |
🔗 Vanochtend reed ik, zoals elke morgen met de fiets op weg naar mijn werk, langs de visboer aan het begin van de Straatweg.
|
| () |
| (wijl) | |
🔗 Wij nemen u mee op een reis door de tijd.
|
| (tijdsduur) | |
🔗 De tijd van deze hier was net begonnen.
|
| |
🔗 Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan.
|
| |
🔗 Zedenmeesters zijn van alle tijden.
|
| |
🔗 Daar had hij geen tijd voor.
|
| |
🔗 In Portugal wordt de Westeuropese tijd aangehouden.
|
| (wijle; poos) | |
🔗 Talrijke eilanden verdwenen na korte tijd weer in zee.
|
| |
🔗 De tijd heelt alle wonden.
|