Nederlands–Engels woordenboek
Engelse vertaling van het Nederlandse woord wezenheid
| Nederlands | Engels (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
wezenheid (wezen; zijn) | ||
wezenheid (realiteit; werkelijkheid; wezenlijkheid; echtheid) | ; | |
wezenheid (essence; essentie; kern; wezen; clou) | essence ; ; |