Nederlands–Duits woordenboek
Duitse vertaling van het Nederlandse woord zwirrelen
| Nederlands | Duits (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (kolken; wervelen; warrelen; dwarrelen) | quirlen ; wirbeln ; herumwirbeln ; herumgewirbelt werden | |
| (slingeren; zwaaien; zwiepen; zwieren; zwindelen; gieren) | ; |