Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord zout

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
salzen
;
salzig
🔗 Vanaf het allereerste begin is het zeewater dus zout geweest.
🔗 Welnu, u kunt die kans op ruzie verminderen door het gemorste zout over uw schouder te werpen.
(zoutzuur)
🔗 Straks zal ik wat geest van zout op de stoeptreden sprenkelen.
(acetaat)
Acetat
Badesalz
🔗 Ik heb de helft van uw badzout gebruikt.
Glaubersalz
Kochsalz
Gewürzständer
🔗 Op de keukentafel lag onder het peper‐en‐zoutstel een briefje voor hen.
(inmaken; pekelen)
einsalzen
;
pökeln
pekli
salzen
sali
(bassia)
Butterbaum
;
Radmelde
(geest van zout)
🔗 Cocaïne is een basische stof die met zoutzuur zouten vormt.