Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord vinger

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
🔗 Zijn vingers stuitten op iets van metaal.
nachsichtig sein
;
schonen
;
verschonen
;
dulden
🔗 Ik merk dat hij veel te veel door de vingers heeft gezien.
Ringfinger
🔗 Eeb bijl had zijn hand getroffen en bijna zijn ringvinger afgesneden.
Kriechendes Fingerkraut
Fingerabdruck
🔗 Er zaten geen vingerafdrukken op.
mit den Fingern betasten
;
mit den Fingern herumtasten
;
herumfingern
vingerhoed
Fingerhut
vingerhoed
(vingerhoedje)
Fingerling
Zimmeraralie
Fingerspitze
🔗 Met zijn vingertoppen raakte hij even haar schouder aan.
(wijsvinger)
Zeigefinger
🔗 Het was bijna middag toen hij zijn eerste rivierkreeftje ving, een beestje ongeveer zo groot als de voorvinger van een man.
Zeigefinger
🔗 De grijze speurder hield zijn wijsvinger voor zijn neus.