Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord spant

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
spant
(dakspar; spar)
Sparren
;
Dachsparren
(dakspar; hanebalk; spant; spar)
Sparren
;
Dachsparren
🔗 Nu moest hij een dakspant zien te vinden onder de palmbladeren, en ervoor zorgen dat hij alleen daarop zijn gewicht liet rusten en nergens anders.
(inspannen)
spannen
;
anspannen
;
vorspannen
;
einspannen
;
anschirren
(uitrekken)
aufziehen
;
spannen
;
anspannen
;
ausspannen
;
straffen
;
anziehen
🔗 Ik heb de draden weer gespannen.