Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord roer

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(stuur); ; ;
Lenkvorrichtung
Flinte
; ;
Büchse
;
Flinte
;
Schießgewehr
;
;
Röhre
;
(bedremmeld; beduusd; beteuterd; verbijsterd; verbouwereerd; confuus; ontredderd; verward)
bestürtzt
;
konfus
;
verwirrt
;
durcheinander
;
durcheinandergebracht
;
konfus gemacht
🔗 Het paleis zou zelfs in rep en roer zijn.
Blasrohr
Seitenruder
(doorroeren; omroeren)
quirlen
;
rühren
;
aufwirbeln
🔗 Ze roerde even in de koffie en dronk toen een slokje.
(aileron; stuurvlak; vleugelklep)
Querruder