Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord dut

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(sluimeren; suffen; doezelen; dommelen; soezen)
schlummern
;
halb schlafen
;
halb wachen
🔗 Hij sloot zijn ogen en deed of hij dutte.