Nederlands–Duits woordenboek

Duitse vertaling van het Nederlandse woord druiprek

Nederlands → Duits
  
NederlandsDuits (indirect vertaald)Esperanto
(sijpelen);
rieseln
🔗 Zweet droop langs zijn voorhoofd en zijn magere wangen.
(druppelen; druppen)
träufeln
;
triefen
;
tropfen
🔗 Op dat moment werd de deur ruw opengeworpen en de bediende Joost trad druipend en verwilderd binnen.
(elasticiteit; rekbaarheid; veerkracht)
Elastizität
;
Spannkraft
;
Federkraft
; ;
(bok; schraag; stander)
Arbeitsbock
; ;
Gestell
;
Staffel
;
Staffelei
;
Werkstuhl

Het woord druiprek kon door ons niet in de geselecteerde doeltaal vertaald worden.