Nederlands–Duits woordenboek
Duitse vertaling van het Nederlandse woord beginnend
| Nederlands | Duits (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (aanvangen; aanvaarden; beginnen aan; beginnen met; inzetten; starten; een begin maken met; aangaan; aanheffen) | ; ; ; den Anfang machen ; antreten ; ergreifen ; | |
| ||
| (aanbreken; aanvangen; ingaan; een aanvang nemen; inzetten; intreden; ertoe overgaan; van start gaan) | ; ; seinen Anfang nehmen ; losgehen | |
| ||