Nederlands–Afrikaans woordenboek

Afrikaanse vertaling van het Nederlandse woord pochen

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (indirect vertaald)Esperanto
(bluffen; opscheppen; snoeven; snorken; stoffen; ophakken; grootspreken; opsnijden)
🔗 En ook poch ik.
(blaaskaak; bluffer; opschepper; snoever; opsnijder; grootspreker; ophakker)
🔗 Hij vond ze pochers die zouden vluchten als ze met gevaar te maken en hem alles alleen zouden laten opknappen.