Engels–Nederlands woordenboek
Nederlandse vertaling van het Engelse woord sweep
| Engels | Nederlands (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (approach; access; drive) | ||
| (command; cover) | pafatingi | |
| (expanse; expansion; extension; stretch) | ||
| ||
| (whisk) | ; | |
verreikend | ||
| ||
| (radical) | ; | |
| ||
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| sweep | ⇆ aanvegen; ⇆ afdreggen; ⇆ afjagen; ⇆ afschuimen; ⇆ afvissen; ⇆ afzoeken; ⇆ als een storm gaan over; ⇆ bereik; ⇆ bestrijken; ⇆ bocht; ⇆ draai; ⇆ dreggen; ⇆ gebied; ⇆ golvende lijn; ⇆ helemaal omvatten; ⇆ in een ruime bocht liggen; ⇆ jagen; ⇆ lange roeiriem; ⇆ meeslepen; ⇆ oprijlaan; ⇆ opstrijken; ⇆ opvegen; ⇆ reikwijdte; ⇆ schieten; ⇆ schoonvegen; ⇆ schoorsteenveger; ⇆ slag; ⇆ slepen over; ⇆ sleuren; ⇆ strijken; ⇆ strijken over; ⇆ uitgestrektheid; ⇆ vaart; ⇆ veeg; ⇆ vegen; ⇆ vliegen; ⇆ wegmaaien; ⇆ wegsleuren; ⇆ wegvegen; ⇆ wegvoeren; ⇆ zich statig bewegen; ⇆ zich uitstrekken; ⇆ zich zwierig bewegen; ⇆ zwaai; ⇆ zwenken; ⇆ zwenking |
| a new broom sweeps clean | ⇆ nieuwe bezems vegen schoon |
| at a sweep | ⇆ met één slag |
| he swept her off her feet | ⇆ ze viel op slag voor hem |
| make a clean sweep | ⇆ alle prijzen in de wacht slepen; ⇆ grote schoonmaak houden; ⇆ opruiming houden; ⇆ schoon schip maken |
| make a clean sweep of | ⇆ opruimen |
| make a clean sweep of it | ⇆ schoon schip maken |
| new brooms sweep clean | ⇆ nieuwe bezems vegen schoon |
| sweep across | ⇆ schieten over; ⇆ vliegen over |
| sweep along | ⇆ meeslepen; ⇆ meesleuren; ⇆ voortstuiven |
| sweep away | ⇆ wegspoelen; ⇆ wegstrijken; ⇆ wegvagen; ⇆ wegvegen |
| sweep away to | ⇆ zich uitstrekken tot |
| sweep down | ⇆ meesleuren; ⇆ neerschieten; ⇆ zich storten |
| sweep off | ⇆ meesleuren; ⇆ wegmaaien; ⇆ wegvagen |
| sweep one’s hand across | ⇆ met de hand strijken over |
| sweep past | ⇆ voorbijstuiven; ⇆ voorbijzwieren |
| sweep the board | ⇆ alle prijzen in de wacht slepen; ⇆ met de hele inzet strijken; ⇆ met de hele winst strijken |
| sweep the country | ⇆ in het hele land een grote overwinning halen |
| sweep up | ⇆ aanvegen; ⇆ bijvegen; ⇆ opvegen |
| chimney‐sweep | ⇆ schoorsteenveger |
| sweeping | ⇆ algemeen; ⇆ ingrijpend; ⇆ overweldigend; ⇆ radicaal; ⇆ veelomvattend; ⇆ vegend; ⇆ verreikend |