Engels–Nederlands woordenboek
Nederlandse vertaling van het Engelse woord run‐about
| Engels | Nederlands (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
run about | ||
| (collide) | ; ; | alveturi |
| (flight) | ; | |
| (race; dash; speed; sprint; stampede) | ||
| (running) | ||
| ; | ||
| (flee) | ; ; ; ; ; ; ; ; | |
| ||
| (expand; extend; range; reach; stretch; spread) | ; | |
| ; ; ; | ||
| ||
| (roll; revolve) | ; ; | |
| (order; sequence; series; succession) | ; | |
| (file; line; rank; row; queue; round; sequence; bank; string) | ; | |
| (flow; stream) | ; ; | |
| ||
| (be valid; count; apply) | geldig zijn | |
| ||
| (be at the head; be in charge) | aan het hoofd staan | |
| ||
| (lead) | ||
| ||
| (control; operate; work; enable; implement; actuate) | ; | |
| ||
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| run‐about | ⇆ boemelaar; ⇆ bootje; ⇆ wagentje |
| run about | ⇆ rondlopen |
| run | ⇆ aanloop; ⇆ achtervolgen; ⇆ aflopen; ⇆ bestorming; ⇆ besturen; ⇆ bewegen; ⇆ deelnemen; ⇆ deelnemen aan de wedstrijd; ⇆ deserteren; ⇆ drijven; ⇆ dóórbreken; ⇆ dóórlopen; ⇆ etteren; ⇆ exploiteren; ⇆ gaan; ⇆ gaan lopen; ⇆ geldig zijn; ⇆ geven; ⇆ goot; ⇆ gutsen; ⇆ halen; ⇆ harddraven; ⇆ hardlopen; ⇆ hollen; ⇆ houden; ⇆ in actie zijn; ⇆ in elkaar lopen; ⇆ in omloop zijn; ⇆ kandidaat zijn; ⇆ kippenren; ⇆ kudde; ⇆ ladder; ⇆ ladderen; ⇆ laten deelnemen; ⇆ laten draven; ⇆ laten gaan; ⇆ laten glijden; ⇆ laten lopen; ⇆ leiden; ⇆ lekken; ⇆ loop; ⇆ loopje; ⇆ lopen; ⇆ luchtgang; ⇆ luiden; ⇆ nazetten; ⇆ periode; ⇆ pezen; ⇆ plotselinge vraag; ⇆ pussen; ⇆ racen met; ⇆ reeks; ⇆ reis; ⇆ ren; ⇆ rennen; ⇆ rijden; ⇆ rijgen; ⇆ rit; ⇆ ritje; ⇆ run; ⇆ runnen; ⇆ school; ⇆ serie; ⇆ slag; ⇆ smelten; ⇆ smokkelen; ⇆ snellen; ⇆ soort; ⇆ speelduur; ⇆ steken; ⇆ stellen; ⇆ strijken met; ⇆ stromen; ⇆ stuiven; ⇆ toeloop; ⇆ toer; ⇆ toertje; ⇆ traject; ⇆ troep; ⇆ type; ⇆ uitbaten; ⇆ uitlopen; ⇆ uitstapje; ⇆ vaart; ⇆ verbreken; ⇆ verloop; ⇆ vervloeien; ⇆ vervolgen; ⇆ vlieten; ⇆ vloeien; ⇆ vrije beschikking; ⇆ wedloop; ⇆ weide; ⇆ werken |