Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord build

Engels → Nederlands
  
EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
(mason)
(put together; compose; construct; draught; combine; assemble); ;
kunmeti
;
(construct);
🔗 Tusk said the problem with Nord Stream 2 was not that it was blown up but that it was built.
(build from wood; carpenter; build up);
🔗 The civilization of Europe has been built on the ruins of Rome.
build on
surkonstrui
(build; build from wood; carpenter);
🔗 We start with the basic units of a PHP programme and build up your knowledge from there.
(reconstruct)
🔗 Most of Běijīng’s Protestant churches were destroyed during the Boxer Rebellion and afterwards rebuilt.

EngelsNederlands
build aanbouwen; aanleggen; bouw; bouwen; lichaamsbouw; maken; oprichten; postuur; snit; stichten; timmeren
be built that way nu eenmaal zo zijn
build in inbouwen
build on bouwen op; voortbouwen op; zich verlaten op
build onto aanbouwen
build up aangroeien; aansterken; aanzwellen; ontstaan; ontwikkelen; opbouwen; stichten; toenemen; uitbouwen; vergroten; vormen; zich ontwikkelen
build upon bouwen op; voortbouwen op; zich verlaten op
build‐up opbouw; tamtam; vorming
new‐build herbouwen; vernieuwen
overbuild te vol bouwen
rebuild herbouwen; ombouwen; verbouwen; weer opbouwen