| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|
| (stappen; treden; benen) | | |
🔗 Hij en John liepen naar hun ouders, die in de menigte stonden te wachten.
|
| (tippelen; wandelen) | | |
| (stromen; vlieten; vloeien) | ; | |
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
|
| ; | |
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.
|
| | |
🔗 Hij hield de steen boven het glas van de koning en liet het zand erin lopen.
|
| (heen; voort; verwijderd; henen; uit) | | |
| ; | |
🔗 President Trump baande zich een weg naar de kerk.
|
| (baan) | | |
🔗 Je kan hem overal verloren hebben op de weg.
|