Nederlands–Afrikaanse woordeboek
Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord pijp
| Nederlands | Afrikaans (onregstreeks vertaal) | Esperanto |
|---|---|---|
| ||
| (buis; kanaal; steel) | ||
| (fluit) | ||
| ||
de pijp aan Maarten geven (doodgaan; sterven; verscheiden; versmachten; heengaan; de kraaienmars blazen; ontslapen; het loodje leggen; het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen; de pijp uit gaan; de geest geven; de laatste adem uitblazen; aan zijn eind komen) | ; ; ; | |
de pijp uit gaan (doodgaan; de kraaienmars blazen) | ; ; ; | |
| (schoorsteen) | ||
| (bieslook) | ||
| (fistel) | ||
tabakspijp (pijp) | ||