Nederlands–Afrikaanse woordeboek

Afrikaanse vertaling van die Nederlandse woord genoegen

Nederlands → Afrikaans
  
NederlandsAfrikaans (onregstreeks vertaal)Esperanto
(behagen; welbehagen; welgevallen)
🔗 Maar mag ik vragen met wie ik het genoegen heb te spreken?
(plezier; pret; vermaak)
🔗 Het was de bezoeker duidelijk dat de ambtenaar daar niet voor zijn genoegen verwijlde.
met genoegen
(gaarne; graag)
(aangenaam; behaaglijk; prettig; leuk; plezant); ;
🔗 Het zou er dan ook recht genoeglijk geweest zijn wanneer de storm niet door allerlei openingen in de rots naar binnen had gegierd.
(plezierig; leuk)