| Niederländisch | Deutsch (indirekt übersetzt) | Esperanto |
|---|
| Feuerstein | |
🔗 „Eén ding vraag ik mij af”, zei hij toen hij hem met zijn vuursteen en tondeldoos aanstak.
|
| (keisteen) | Flint ; Kiesel ; Kieselstein | |
| (baksteen; tichel) | Backstein ; Ziegel ; Ziegelstein ; Riegel | |
| | |
🔗 Ik knikte en nam de steen uit zijn vingers.
|
| | |
🔗 Reith gooide een steen door de poort.
|
| | |
🔗 Te oordelen naar het geluid dat het wezen maakte, bestond het nog steeds uit steen, zij het dan levende steen.
|
| | |
| | |
🔗 Aan de andere kant ervan lag een grote stad van steen waarvan een groot gedeelte was aangetast door de tijd.
|
| | |
🔗 Er is altijd wel een of andere miljonair te vinden die de steen clandestien wil kopen.
|
| (gloed) | Glut ; ; Inbrunst ; Flamme ; Leidenschaft ; Brunst | |
🔗 „Ketterij”, zei Traz Onmale, maar zonder veel vuur.
|
| (vlam) | Flamme ; | |
| (heftigheid; onstuimigheid) | Ungestüm ; ; Schwung ; Wucht ; Impetus ; | |
| (pittigheid; gloed; verve; pit) | Begeisterung ; Schwung ; Verve | |
🔗 In het vuur van hun gesprek hadden de beide heren niet op de omgeving gelet, en daardoor was het hun ontgaan dat er door het luchtruim een ballon naderde.
|
| | |
🔗 Van vuur zijn ze niet bang.
|
| (ambitie; ijver) | Eifer ; Inbrunst ; Begeisterung ; Leidenschaft | |
| | |
🔗 De drie reizigers gingen bij het vuur zitten.
|