Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes vuursteen

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
Feuerstein
🔗 „Eén ding vraag ik mij af”, zei hij toen hij hem met zijn vuursteen en tondeldoos aanstak.
(keisteen)
Flint
;
Kiesel
;
Kieselstein
(baksteen; tichel)
Backstein
;
Ziegel
;
Ziegelstein
;
Riegel
🔗 Ik knikte en nam de steen uit zijn vingers.
🔗 Reith gooide een steen door de poort.
🔗 Te oordelen naar het geluid dat het wezen maakte, bestond het nog steeds uit steen, zij het dan levende steen.
🔗 Aan de andere kant ervan lag een grote stad van steen waarvan een groot gedeelte was aangetast door de tijd.
🔗 Er is altijd wel een of andere miljonair te vinden die de steen clandestien wil kopen.
(gloed)
Glut
; ;
Inbrunst
;
Flamme
;
Leidenschaft
;
Brunst
🔗 „Ketterij”, zei Traz Onmale, maar zonder veel vuur.
(vlam)
Flamme
;
(heftigheid; onstuimigheid)
Ungestüm
; ;
Schwung
;
Wucht
;
Impetus
;
(pittigheid; gloed; verve; pit)
Begeisterung
;
Schwung
;
Verve
🔗 In het vuur van hun gesprek hadden de beide heren niet op de omgeving gelet, en daardoor was het hun ontgaan dat er door het luchtruim een ballon naderde.
🔗 Van vuur zijn ze niet bang.
(ambitie; ijver)
Eifer
;
Inbrunst
;
Begeisterung
;
Leidenschaft
🔗 De drie reizigers gingen bij het vuur zitten.