| Niederländisch | Deutsch (indirekt übersetzt) | Esperanto |
|---|
| (stappen; treden; benen) | schreiten ; | |
🔗 Hij en John liepen naar hun ouders, die in de menigte stonden te wachten.
|
| (tippelen; wandelen) | promenieren ; | |
| (stromen; vlieten; vloeien) | ; ; strömen | |
🔗 Met zijn hand veegde hij het zweet van zijn voorhoofd dat in zijn ogen liep.
|
| ; ; marschieren ; | |
🔗 Elak vermande zich en liep het water in.
|
| (varen) | | |
🔗 Er loopt een pad naar de opening.
|
| | |
🔗 Hij hield de steen boven het glas van de koning en liet het zand erin lopen.
|
| (wijl) | | |
🔗 Wij nemen u mee op een reis door de tijd.
|
| (tijdsduur) | ; ; Verlauf | |
🔗 De tijd van deze hier was net begonnen.
|
| | |
🔗 Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan.
|
| | |
🔗 Zedenmeesters zijn van alle tijden.
|
| | |
🔗 Daar had hij geen tijd voor.
|
| | |
🔗 In Portugal wordt de Westeuropese tijd aangehouden.
|
| (wijle; poos) | | |
🔗 Talrijke eilanden verdwenen na korte tijd weer in zee.
|
| | |
🔗 De tijd heelt alle wonden.
|