Niederländisch–Deutsches Wörterbuch

Deutsche Übersetzung des niederländischen Wortes genieten

Niederländisch → Deutsch
  
NiederländischDeutsch (indirekt übersetzt)Esperanto
(genieten van)
frohlocken
;
sich freuen
;
froh sein
🔗 Hij heeft van zijn vrijheid dus niet meer mogen genieten.
(krijgen; ontvangen; bekomen); ;
🔗 Hij genoot een officieel jaarsalaris van ongeveer 30.000 euro, maar beschikte tegelijkertijd over peperdure villa’s in onder meer Zuid‐Afrika en Groot‐Brittannië.
(genieten van; savoureren);
auskosten
;
sich erfreuen an
(genieten van; zich verheugen in)
🔗 Hij woont in de buurt van Moskou, geniet daar bescherming van president Vladimir Putin en het lijkt er niet op dat Rusland van plan is hem uit te leveren.
genießbar
(genot)
Genuß
Vergnügen
; ;
Wonne
;
(genieting; geneugte)
Genuß
Benutzung
;