| nederlanda | esperanto |
|---|
| (waag) | |
🔗 Het waagstuk was gelukt.
|
| |
| (akte; document; papier; schriftuur; oorkonde) | |
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
|
| |
| (gebroken; kapot) | rompita |
| (stoot) | |
| (toneelstuk) | |
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
|
| (defect; kapot) | (; ) |
| (brok; fragment) | |
| (deel; gedeelte; onderdeel; part) | |
🔗 Conan liep op het in elkaar gevallen stuk toe, deed een paar passen achteruit en stormde toen naar voren.
|
| (bonk; brok; eindje) | |
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
|
| (schilderij; schildering; schilderstuk) | |
🔗 De enige die macht over hem heeft, is de vent die z’n handtekening op het stuk heeft gezet.
|
| |
| |
🔗 Het zijn kostbare antieke stukken, die stoelen!
|
| |
| |
| |
🔗 Marie gaf hem een tinnen kom met water en een stuk zeep, welke voorwerpen hij buiten de deur op een bank zette.
|
waag | |
waag (balans; weegschaal) | |
waag (waagstuk) | |
waag (risico) | |