| nederlanda | esperanto |
|---|
waag | |
waag (balans; weegschaal) | |
waag (waagstuk) | |
waag (risico) | |
| (durven; wagen) | |
🔗 Ze waagden het langzaam verder te lopen.
|
| |
🔗 Daar moet u zich niet in wagen!
|
waagmeester | |
| (waag) | |
🔗 Het waagstuk was gelukt.
|
| (zich vermeten) | |
🔗 Tom Poes waagde het niet om zijn vriend opnieuw te storen.
|
| (op het spel zetten) | |
🔗 Hij bleef een paar minuten naar de Arabieren staren maar toen ze zich niet bewogen, besloot hij een kans te wagen.
|
| (op het spel zetten; riskeren; in de waagschaal stellen) | |
🔗 Ik besefte wat ik waagde.
|
| |
🔗 Ik waag te zeggen dat ons gesprek laatst met directieleden van ABP en APG zeker ook een effect heeft gehad.
|