| nederlanda | esperanto |
|---|
| (vliegemepper; vliegeklap) | muŝbatilo |
| (klakken; klikken; knippen) | |
🔗 Zijn zwaard hakte een van de harige poten af, en opnieuw kon hij zich ternauwernood redden toen het monsterachtige wezen zich met klappende kaken op hem probeerde te storten.
|
| (slaan; meppen) | |
| |
| (applaudisseren; toejuichen) | |
🔗 De dansers bleven staan en begonnen te klappen.
|
| (babbelen; keuvelen; praten; kouten) | |
🔗 Ge weet immers wel dat ik u verboden heb met het mannevolk te klappen.
|
| |
🔗 Een wolk enorme zwarte vliegen zoemde luid boven de met bloed bespatte stenen.
|