| nederlanda | esperanto |
|---|
| |
🔗 Nog steeds was er die avond geen echte vechtpartij geweest, maar nu schenen de kansen goed.
|
| (feest; fuif) | |
| |
🔗 Hij is van de verkeerde partij.
|
| (hoop; set; stel; troep; verzameling; reut) | |
🔗 Hoeveel moet die partij kosten, heer IJl?
|
| (stem) | |
| |
🔗 Beide partijen hebben veel te winnen én te verliezen.
|
| |
🔗 Ook over de visserij, een van de andere pijnpunten, liggen de twee partijen nog ver uit elkaar
|
| |
🔗 Chauffeur Hille Wiersma leek een goede partij voor haar.
|
| (partijtje) | |
🔗 Niet zelden duurde een partij een paar dagen.
|
| (knokken) | |
| (kampen; strijden; slag leveren) | |
|
| |
🔗 En geloof me, aan vechten zullen ze niet meer denken!
|
| (strijden) | |
| |