| nederlanda | esperanto |
|---|
| (aanlokken; aantrekken) | |
| (aanhalen; aantrekken) | |
🔗 Maar het was het etiket dat Poirots aandacht trok.
|
| (tekenen; aftekenen; uittekenen) | |
| () |
| (tappen; uittrekken) | |
🔗 De officier trok zijn pistool en vuurde.
|
| (slepen) | |
| (aftrekken; laten trekken; zetten) | |
🔗 „Het bespaart me in de voeding”, placht zij te zeggen wanneer ze er een voedzaam soepje van trok.
|
| infuziĝi |
| (buigen; kromtrekken) | |
| |
| |
| (slepen) | remorki |
| streki |
| suĉi |
🔗 Hij trok aan zijn sigaar.
|
| (halen) | |
🔗 Als je aan dit touw trekt, halen we je weer naar boven.
|
| trati |
| tiriĝi |
🔗 Het leger zou van plan zijn via Kramatorsʹk naar het zuidelijker gelegen Horlivka te trekken.
|
| |
🔗 Wil je niet weten welke conclusies ik getrokken heb?
|