| nederlanda | esperanto |
|---|
| |
🔗 Toen hij uit het gezicht was, ging Robbert op de treeplank van de auto zitten.
|
| |
🔗 Bij de treeplank van de slaapwagen stond een jonge Franse luitenant, een fraaie verschijning in zijn kleurige uniform.
|
| (schap) | |
🔗 Helemaal beneden nam ik een lantaarn van de plank.
|
| |
🔗 Zonder verder aandringen rende Sabriël de plank over, met Mogget achter zich aan.
|
| (lopen; stappen; benen) | |
🔗 Hij trad naar voren en greep het doosje van de tafel af.
|
| (opstapje; trede) | |
🔗 De gang eindigde bij de onderste tree van een trap.
|