| nederlanda | esperanto |
|---|
| (aëroliet; meteoriet) | (; ; ) |
| |
| (baksteen; tichel) | |
| () |
🔗 Ik knikte en nam de steen uit zijn vingers.
|
| |
🔗 Reith gooide een steen door de poort.
|
| |
🔗 Te oordelen naar het geluid dat het wezen maakte, bestond het nog steeds uit steen, zij het dan levende steen.
|
| |
| |
🔗 Aan de andere kant ervan lag een grote stad van steen waarvan een groot gedeelte was aangetast door de tijd.
|
| |
🔗 Er is altijd wel een of andere miljonair te vinden die de steen clandestien wil kopen.
|