Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet wassen

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
tvätta
lesivi
(uitwassen; ómspoelen; afwassen)
tvätta
🔗 Ze wastte haar lange, donkere haar.
(mengen; mêleren)
blanda
;
sammanblanda
(wassen; uitwassen; ómspoelen)
tvätta
🔗 Hou er rekening mee dat ik al deze borden nog moet afwassen en dat ik voor twaalf uur gekleed moet zijn.
(wassen; ómspoelen; afwassen)
tvätta
🔗 Was de rubber onder de kraan uit.
(groot; volgroeid)
fullvuxen
;
vuxen
🔗 Zijn slachtoffer was toen een volwassen vrouw.
wasgelegenheid
(wasinrichting; washok)
tvättrum
washok
tvättrum
wasinrichting
tvättrum
tvätterska
🔗 Ze was de dochter van een wasvrouw en haar vader was dood.