| nederländska | svenska | |
|---|
| (happen) | bita ; nappa | |
🔗 Als hij hierdoor gebeten werd, zou hij binnen enkele minuten dood zijn.
|
| (akte; document; papier; schriftuur; oorkonde) | dokument | |
🔗 Morgen kom ik zelf met de nodige stukken ter ondertekening.
|
| (toneelstuk) | skådespel ; teaterpjäs | |
🔗 Zijn gezicht was zo kalm alsof hij in de schouwburg naar een stuk keek waarvan hij verloop en ontknoping al kende.
|
| (defect; kapot) | kaputt | |
| (bonk; brok; eindje) | bit | |
🔗 Zoals u wel begrijpen zult, moest ik daarbij wat rotsblokken en stukken boomstronk verwijderen die me in de weg stonden.
|
| (schilderij; schildering; schilderstuk) | målning ; tavla | |
🔗 De enige die macht over hem heeft, is de vent die z’n handtekening op het stuk heeft gezet.
|