Nederländsk–svensk ordbok

Svenska översättning av det nederländska ordet sparen

nederländska → svenska
  
nederländskasvenska
(uitwinnen; oversparen; opzij leggen; opsparen)
spara
🔗 Ze had nooit gespaard en het geld vlugger uitgegeven dan het binnenkwam.
(sparen; uitwinnen; oversparen; opzij leggen)
spara
🔗 Nu was het alsof alle tegenslag die hij al die jaren niet had gekend, was opgespaard en in één klap betaald moest worden met de rente over zestien jaren.
(sparen; uitwinnen; opzij leggen; opsparen)
spara
🔗 Er werd verteld dat zij nogal wat geld had overgespaard.
spaarbank
(spaarkas)
sparkassa
spaarkas
(spaarbank)
sparkassa
spaarpot
sparbössa
(zuinig)
njugg
;
sparsam