Dizionario olandese–italiano

Traduzione italiana della parola olandese rijvaardigheid

olandese → italiano
  
olandeseitaliano (tradotto indirettamente)esperanto
pattinare
🔗 De volgende morgen immers zou er een tocht worden gereden van Haarlem naar Hoorn en van Hoorn weer terug naar Haarlem, samen een goede 120 km.
(gaan; karren)
camminare
🔗 Ik zou niet graag in dat oude wagentje rijden dat u daar hebt!
(bedrevenheid; handigheid; vlugheid; behendigheid);
destrezza
🔗 „Geheel eerlijk gezegd”, zei Cugel angstig, „ben ik een groot deel van mijn vaardigheid inmiddels kwijtgeraakt.