Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais vlees

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
🔗 Wie moet ’t vlees snijden?
chair
🔗 Het was haar vlees en haar bloed dat hij verlangde, haar prachtig lichaam, hare schoonheid, die zijn grove ziel vervuld hadden met razernij.
ânerie
;
bêtise
;
stupidité
veau
(kip)
poulet
agneau
🔗 Het lag vol met heet lamsvlees, groente en aardappelen, maar ondanks de heerlijke geur had Puc geen trek.
bœuf
🔗 De soldaten aten rundvlees en dronken rode wijn.
mouton
🔗 Ik bestel nou schapevlees met knoflook, net als jij in het bos maakte.
tandvlees
gencive
porc
;
cochonnerie
🔗 Het land zal de import van staal, varkensvlees en andere voedingsmiddelen uit de VS extra belasten.
vleeshouwer
(slachter; slager)
boucher
(bouillon)
bouillon
🔗 Roer 1 deciliter van de zure room door het vleesnat en roer tot het glad is.
vlezig
(mollig)
moelleux
dikkarna