Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais ketelhaak

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(stelhout; stelijzer; tandheugel)
crémaillère
(angel; vishaak)
hameçon
🔗 De vis zat aan de haak en was opgehaald.
crochet
🔗 Er werden haken gegooid en ladders tegen de muren gezet.
(kookketel; waterketel)
chaudron
🔗 Hij kende die ketel.