Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais hof

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
🔗 Nu leefde er aan het hof een tovenaar, Erykion geheten.
(gerechtshof; rechtbank)
🔗 Het hof ging hierin mee, maar dat leidde niet tot een hogere straf.
(plaats)
🔗 De hof was leeg.
(tuin)
jardin
🔗 Er stonden verscheidene kale fruitbomen in de hof.
het hof maken
(vrijen; verkering hebben)
faire la cour
;
faire la cour à
;
courtiser
;
conter fleurette
béguinage
(hof; rechtbank)
🔗 We zijn nog niet in het gerechtshof, mevrouw.
(beleefd; heus; wellevend)
courtois
;
poli
🔗 Pulk maakte een hoffelijk gebaar.
(verkering; vrijage; vrijerij)
(tuinman; tuinier)
jardinier