Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais breiden

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
tricoter
🔗 Hij trok daarbij steeds een paar warme nachtsokken aan, die mevrouw Hubbard voor hem had gebreid.
(rekken; strekken; uitsteken; uitstrekken)
étendre
(uitbouwen; vergroten; groter maken)
accroître
;
agrandir
;
amplifier
;
augmenter
;
étendre
🔗 NAVO‐secretaris‐generaal Stoltenberg zegt dat Rusland het aantal troepen aan de Oekraïense grens nog altijd uitbreidt.
(uitleggen; verruimen; verwijden)
agrandir
;
amplifier
🔗 De NAVO zei verder door te gaan met de militaire samenwerking met Kiëv en deze de komende tijd uit te breiden.