Dictionnaire néerlandais–français

Traduction française du mot néerlandais aal

néerlandais → français
  
néerlandaisfrançais (traduit indirectement)espéranto
(paling)
anguille
🔗 „Hier heb je nu het meer,” riep James Starr uit, „dat men terecht met een grote aal vergeleken heeft!”
(gier)
purin
(Aaltje; Adelheid; Aaltjen; Adelheide; Aleid; Aleide)
Adélaïde
zo glad als een aal
(aalglad)
glissant comme une anguille
(zo glad als een aal)
glissant comme une anguille
🔗 Een aalgladde advocaat zet zijn eigen carrière en advocatenbureau op het spel door een schadezaak aan te nemen waarbij twee stinkend rijke bedrijven worden aangeklaagd.
(watermunt; kruizemunt)
menthe aquatique
;
baume d’eau
;
baume de rivière
;
bonhomme de rivière
;
menthe rouge
;
riolet
;
menthe à grenouille
(kwabaal; puitaal; zoetwaterkabeljauw)
cormoran
🔗 Bij varen naar de aalscholvers vertelt de schipper over het wel en wee van de aalscholvers.
grand cormoran
;
cormoran commun
(nematode)
nématode
(aalpuit; zoetwaterkabeljauw)
🔗 Volgens Landschap Overijssel betekent dit dat de kwabaal zich voortplant in het gebied.
(aalpuit)