English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word wind

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(reel);
(bend; curve); ; ; ;
(meander; twist; wind around; slither; weave; snake); ;
(twist)
volviĝi
(wrap)
ĉirkaŭvolvi
(breath)
(belch; burp);
(fart)
scheet
;
🔗 Wind dominates, generating 19% of the EU’s electricity last year.
(roll; roll up; wind up; wrap round; wrap);
🔗 But she’s facing fierce political head winds at home and in the European Union.
solar wind
sola vento
wind energy
(wind power)
wind off
(unroll; unwind)
wind power
(wind energy)
(bandage; wrap; swathe);
vindi
bulvolvi
(roll; roll up; wind; wrap round; wrap); ;
🔗 Then she wound up the clock.
long‐winded
(wordy)
; ;
long‐winded
(wordy)
lang van stof
;
multvorta
long‐winded
;
tromultvorta
unwind
(unroll; wind off)
unwind
(expound; open; unbundle; unpack; unwrap)
; ;
elvolvi
unwind
(loose; loosen; relax; release; slacken)
whirlwind
;
warrelwind
; ;
whirlwind
(whirlpool; vortex)
; ;
whirlwind
(cyclone)
;
wind‐gauge
(anemometer)
windmeter
winding
(slithering)
; ;
serpentuma
windmolen
🔗 Trump has complained about windmills throughout his presidency, slamming the technology everywhere from the G7 conference in France this year to a Republican fundraising dinner speech that he used to claim windmill noise causes cancer.
windpipe
(trachea)
windscreen
(windshield)
voorruit
windscreen
(windshield)
windshield
(windscreen)
voorruit
windshield
(windscreen)
(wing)
pafvundi
(hurt; injure; maul); ;
🔗 A Ukrainian presidential adviser said about 3,500 Russian soldiers had been killed or wounded.
(injury; lesion); ; ;
🔗 In the moonlight Rand could not really see what he was doing, but Tam’s wound seemed to be only a shallow gash along the ribs, no longer than the palm of his hand.

EnglishDutch
wind⇆ adem; ⇆ afdraven; ⇆ blaasinstrumenten; ⇆ blazen op; ⇆ blazers; ⇆ buiten adem brengen; ⇆ draaien; ⇆ een boertje laten maken; ⇆ gebral; ⇆ gezwets; ⇆ haspelen; ⇆ kronkelen; ⇆ lucht; ⇆ omwikkelen; ⇆ op adem laten komen; ⇆ opwinden; ⇆ reuk; ⇆ scheet; ⇆ slingeren; ⇆ sluiten; ⇆ tocht; ⇆ wenden; ⇆ wikkelen; ⇆ wind; ⇆ winden; ⇆ windstreek; ⇆ zich kronkelen; ⇆ zich slingeren
anti‐trade wind⇆ antipassaat
be in the wind⇆ aan het handje zijn; ⇆ op til zijn
before the wind⇆ voor de wind
between wind and water⇆ op een zeer gevaarlijke plaats
break wind⇆ een wind laten
close to the wind⇆ met de wind mee
down the wind⇆ met de wind mee
down wind⇆ valwind
east wind⇆ oostenwind
fall wind⇆ valwind
find out which way the wind is blowing⇆ kijken uit welke hoek de wind waait
fling to the winds⇆ overboord gooien
gain wind⇆ ruchtbaar worden
get one’s second wind⇆ weer op adem komen
get the wind up⇆ in de rats zitten; ⇆ ’m knijpen
get wind⇆ ruchtbaar worden
get wind of⇆ de lucht krijgen van
get wind of it⇆ de lucht ervan krijgen
get wind of something⇆ iets in de gaten krijgen
ground wind⇆ grondwind
gust of wind⇆ rukwind
hang one’s cloak to the wind⇆ de huik naar de wind hangen
haul to the wind⇆ oploeven
haul upon the wind⇆ oploeven
have got wind of something⇆ iets in de gaten hebben
have the wind up⇆ in de rats zitten
head wind⇆ tegenwind
high wind⇆ harde wind
high winds blow on high hills⇆ hoge bomen vangen veel wind
huge winds blow on high hills⇆ hoge bomen vangen veel wind
is the wind in that quarter?⇆ waait de wind uit die hoek?
it’s an ill wind that blows nobody any good⇆ geen ongeluk zo groot of er is een geluk bij
like chaff before the wind⇆ als kaf voor de wind
near the wind⇆ met de wind mee; ⇆ op het kantje af; ⇆ scherp bij de wind
north wind⇆ noordenwind
put the wind up⇆ angst aanjagen
rear wind⇆ rugwind
revolving wind⇆ dwarrelwind
sail close to the wind⇆ bijna te ver gaan; ⇆ op het randje zitten; ⇆ scherp bij de wind zeilen
sits the wind there?⇆ waait de wind uit die hoek?
solar wind⇆ zonnewind
sow the wind and reap the whirlwind⇆ wie wind zaait, zal storm oogsten
straw in de wind⇆ <kleinigheid die doet vermoeden wat er gaat komen>
take the wind out of somebody’s sails⇆ iemand de wind uit de zeilen nemen
take wind⇆ ruchtbaar worden
the wind⇆ de blaasinstrumenten; ⇆ de blazers
three sheets to the wind⇆ stomdronken
throw to the winds⇆ overboord gooien
trade wind⇆ passaat; ⇆ passaatwind
trim to the times and hang one’s cloak to the wind⇆ de huik naar de wind hangen
wind a blast⇆ een stoot op de hoorn geven
wind a call⇆ een stoot op de hoorn geven
wind about⇆ omstrengelen
wind back⇆ terugspoelen
wind down⇆ inkrimpen; ⇆ omlaag draaien; ⇆ relaxen; ⇆ steeds langzamer gaan lopen; ⇆ verminderen; ⇆ zich ontspannen
wind energy⇆ windenergie
wind farm⇆ windmolenpark
wind force⇆ windkracht
wind instrument⇆ blaasinstrument
wind off⇆ afwikkelen; ⇆ afwinden
wind one’s way⇆ zich kronkelend een weg banen
wind power⇆ windenergie
wind round⇆ omstrengelen; ⇆ winden om; ⇆ zich kronkelen om
wind speed⇆ windsnelheid
wind up⇆ afwikkelen; ⇆ beëindigen; ⇆ concluderen; ⇆ eindigen; ⇆ erop uitdraaien; ⇆ liquideren; ⇆ opdraaien; ⇆ ophalen; ⇆ opnaaien; ⇆ opwinden; ⇆ voor de gek houden; ⇆ zich laten opwinden
wind up with⇆ besluiten met
cross‐wind⇆ zijwind
downwind⇆ met de wind mee
land‐wind⇆ landwind
long‐winded⇆ breedsprakig; ⇆ gerekt; ⇆ lang van stof; ⇆ langdradig; ⇆ omslachtig; ⇆ van lange adem
rewind⇆ opnieuw opwinden; ⇆ terugspoelen
side‐wind⇆ zijwind
storm‐wind⇆ stormwind
tailwind⇆ rugwind
unwind⇆ afwikkelen; ⇆ afwinden; ⇆ loswikkelen; ⇆ loswinden; ⇆ ontrollen; ⇆ zich loswikkelen; ⇆ zich loswinden; ⇆ zich ontrollen; ⇆ zich ontspannen
upwind⇆ stijgwind; ⇆ tegen de wind in
whirlwind⇆ dwarrelwind; ⇆ warrelwind; ⇆ wervelwind; ⇆ windhoos
windbag⇆ dikdoener; ⇆ kletsmajoor; ⇆ kletsmeier; ⇆ ouwehoer
windbound⇆ door tegenwind opgehouden
windbreak⇆ windkering; ⇆ windscherm
winder⇆ wikkelaar; ⇆ winder
windhover⇆ torenvalk
winding⇆ bocht; ⇆ bochtig; ⇆ draai; ⇆ draai‐; ⇆ kronkelend; ⇆ kronkelig; ⇆ kronkeling; ⇆ kronkel‐; ⇆ wentel‐; ⇆ wikkeling
windless⇆ windstil; ⇆ zonder wind
windmill⇆ windmolen
windpipe⇆ luchtpijp
windproof⇆ winddicht
wind‐gauge⇆ windmeter
windscreen⇆ voorruit
wind‐band⇆ blaasorkest; ⇆ blazerssectie
windshield⇆ voorruit
windsurf⇆ plankzeilen; ⇆ surfen; ⇆ windsurfen
windswept⇆ door de wind gestriemd; ⇆ winderig
wind‐tunnel⇆ windtunnel
windy⇆ winderig
wound⇆ aanschieten; ⇆ blesseren; ⇆ blessure; ⇆ krenken; ⇆ kwetsen; ⇆ kwetsuur; ⇆ verwonden; ⇆ verwonding; ⇆ wond; ⇆ wonde; ⇆ wonden