English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word sweeping
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
verreikend | ||
| ||
| (radical) | ; | |
| ||
| (whisk) | ; | |
| (command; cover) | pafatingi | |
| (approach; access; drive) | ||
| (expanse; expansion; extension; stretch) | ||
| ||
| English | Dutch |
|---|---|
| sweeping | ⇆ algemeen; ⇆ ingrijpend; ⇆ overweldigend; ⇆ radicaal; ⇆ veelomvattend; ⇆ vegend; ⇆ verreikend |
| at a sweeping reduction | ⇆ met grote korting |
| sweeping measure | ⇆ radicale maatregel |
| sweep | ⇆ aanvegen; ⇆ afdreggen; ⇆ afjagen; ⇆ afschuimen; ⇆ afvissen; ⇆ afzoeken; ⇆ als een storm gaan over; ⇆ bereik; ⇆ bestrijken; ⇆ bocht; ⇆ draai; ⇆ dreggen; ⇆ gebied; ⇆ golvende lijn; ⇆ helemaal omvatten; ⇆ in een ruime bocht liggen; ⇆ jagen; ⇆ lange roeiriem; ⇆ meeslepen; ⇆ oprijlaan; ⇆ opstrijken; ⇆ opvegen; ⇆ reikwijdte; ⇆ schieten; ⇆ schoonvegen; ⇆ schoorsteenveger; ⇆ slag; ⇆ slepen over; ⇆ sleuren; ⇆ strijken; ⇆ strijken over; ⇆ uitgestrektheid; ⇆ vaart; ⇆ veeg; ⇆ vegen; ⇆ vliegen; ⇆ wegmaaien; ⇆ wegsleuren; ⇆ wegvegen; ⇆ wegvoeren; ⇆ zich statig bewegen; ⇆ zich uitstrekken; ⇆ zich zwierig bewegen; ⇆ zwaai; ⇆ zwenken; ⇆ zwenking |