English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word sweep

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(approach; access; drive)
(command; cover)
pafatingi
(expanse; expansion; extension; stretch)
🔗 Not a tree nor a house broke the broad sweep of flat country that reached to the edge of the sky in all directions.
(whisk);
verreikend
🔗 United States president Donald Trump has said that sweeping 25 percent tariffs on Mexico and Canada will go into effect tomorrow, appearing to end weeks of speculation over whether the measures could be averted.
(radical);
🔗 He or she will make decisions that will have a sweeping impact on the lives of millions of Britons for decades to come.

EnglishDutch
sweep aanvegen; afdreggen; afjagen; afschuimen; afvissen; afzoeken; als een storm gaan over; bereik; bestrijken; bocht; draai; dreggen; gebied; golvende lijn; helemaal omvatten; in een ruime bocht liggen; jagen; lange roeiriem; meeslepen; oprijlaan; opstrijken; opvegen; reikwijdte; schieten; schoonvegen; schoorsteenveger; slag; slepen over; sleuren; strijken; strijken over; uitgestrektheid; vaart; veeg; vegen; vliegen; wegmaaien; wegsleuren; wegvegen; wegvoeren; zich statig bewegen; zich uitstrekken; zich zwierig bewegen; zwaai; zwenken; zwenking
a new broom sweeps clean nieuwe bezems vegen schoon
at a sweep met één slag
he swept her off her feet ze viel op slag voor hem
make a clean sweep alle prijzen in de wacht slepen; grote schoonmaak houden; opruiming houden; schoon schip maken
make a clean sweep of opruimen
make a clean sweep of it schoon schip maken
new brooms sweep clean nieuwe bezems vegen schoon
sweep across schieten over; vliegen over
sweep along meeslepen; meesleuren; voortstuiven
sweep away wegspoelen; wegstrijken; wegvagen; wegvegen
sweep away to zich uitstrekken tot
sweep down meesleuren; neerschieten; zich storten
sweep off meesleuren; wegmaaien; wegvagen
sweep one’s hand across met de hand strijken over
sweep past voorbijstuiven; voorbijzwieren
sweep the board alle prijzen in de wacht slepen; met de hele inzet strijken; met de hele winst strijken
sweep the country in het hele land een grote overwinning halen
sweep up aanvegen; bijvegen; opvegen
chimney‐sweep schoorsteenveger
sweeping algemeen; ingrijpend; overweldigend; radicaal; veelomvattend; vegend; verreikend