English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word stay‐pin
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
| (skittle) | ||
alpingli | ||
| (bolt) | ||
| (bolt) | met bouten vastmaken | bolti |
| (needle) | ||
| ||
| (sojourn) | ; | |
| (be a guest) | ||
| (linger; remain; abide; sojourn) | ; | restadi |
| (halt; stop; end; hold; obstruct; stem; stall; arrest) | ; | |
| (pillar; support) | ; | |
| (remain; stay over; abide; keep; rest; stop; tarry) | ; ; ; | |
| ||
| (dwell; live; reside; house; lodge) | ||
| (keep; remain) | ||
| ||
| English | Dutch |
|---|---|
| pin | ⇆ bout; ⇆ clip; ⇆ insluiten; ⇆ kegel; ⇆ keil; ⇆ luns; ⇆ nagel; ⇆ opprikken; ⇆ opsluiten; ⇆ pen; ⇆ pin; ⇆ pincode; ⇆ pinnen; ⇆ prikken; ⇆ schroef; ⇆ speld; ⇆ spelden; ⇆ speldje; ⇆ spie; ⇆ stift; ⇆ tap; ⇆ vasthouden; ⇆ vastklemmen; ⇆ vastpinnen; ⇆ vastprikken; ⇆ vastspelden; ⇆ vastzetten |
| stay | ⇆ afremmen; ⇆ belemmering; ⇆ blijven; ⇆ een halt toeroepen; ⇆ het uithouden; ⇆ het volhouden; ⇆ indammen; ⇆ logeren; ⇆ oponthoud; ⇆ opschorten; ⇆ opschorting; ⇆ rem; ⇆ schoor; ⇆ schragen; ⇆ stag; ⇆ steun; ⇆ stilstand; ⇆ stuiten; ⇆ stut; ⇆ tegenhouden; ⇆ toeven; ⇆ uitstel; ⇆ vang; ⇆ verankeren; ⇆ verblijf; ⇆ verblijven; ⇆ vertoeven; ⇆ verwijlen; ⇆ wachten; ⇆ wonen; ⇆ zich ophouden |
The word stay‐pin could not be translated into the selected target language by us.