English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word slip‐joint
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
| (collective) | ; | |
| (collective) | opa | |
| (seam; join; jointing) | ; voeg | |
| (articulation) | ||
| ||
| (skid) | ; | |
| (filing‐card; card; index card) | ; ; | |
| (underslip) | ||
| (slide) | uitglijden | |
| (landslide; landslip) | ; | |
| (petticoat; underskirt) | ||
| (glide; slide) | ; ; ; | |
| ||
| English | Dutch |
|---|---|
| joint | ⇆ ex aequo; ⇆ gebouw; ⇆ geleding; ⇆ gelegenheid; ⇆ gelid; ⇆ gemeen; ⇆ gemeenschappelijk; ⇆ gewricht; ⇆ gezamenlijk; ⇆ houtverbinding; ⇆ joint; ⇆ kast; ⇆ keet; ⇆ kit; ⇆ knoop; ⇆ kroeg; ⇆ las; ⇆ lassen; ⇆ lid; ⇆ mede‐; ⇆ naad; ⇆ scharnier; ⇆ stickie; ⇆ stuk; ⇆ tent; ⇆ toko; ⇆ verbinden; ⇆ verbinding; ⇆ verbonden; ⇆ verdelen; ⇆ verenigd; ⇆ voeg; ⇆ voegen |
| slip | ⇆ aardverschuiving; ⇆ abuis; ⇆ drukproefstrook; ⇆ fluwijn; ⇆ glibberen; ⇆ glijden; ⇆ glippen; ⇆ heimelijk toestoppen; ⇆ helling; ⇆ honderiem; ⇆ koppelband; ⇆ kussensloop; ⇆ landverschuiving; ⇆ laten glijden; ⇆ laten glippen; ⇆ laten schieten; ⇆ laten vallen; ⇆ loslaten; ⇆ losschieten; ⇆ misgreep; ⇆ misstap; ⇆ onderjurk; ⇆ onderrok; ⇆ onderuitgaan; ⇆ ontglippen; ⇆ proefstrook; ⇆ scheepshelling; ⇆ schuiven; ⇆ slibberen; ⇆ slippen; ⇆ sloop; ⇆ sluipen; ⇆ stek; ⇆ stekken; ⇆ strook; ⇆ strook papier; ⇆ uitglijden; ⇆ uitglijder; ⇆ uitglijding; ⇆ uitschieten; ⇆ vergissing; ⇆ verspreking; ⇆ wegsluipen; ⇆ zich laten glijden |
The word slip‐joint could not be translated into the selected target language by us.