English–Dutch dictionary
Dutch translation of the English word forward
| English | Dutch (translated indirectly) | Esperanto |
|---|---|---|
| (ahead; on; forth; forwards; onward; to the fore) | ; ; ; voort ; | |
| ||
| (importunate; insistent; intrusive; troublesome) | trudema | |
| (advance; advanced; antecedent; anterior) | ; voor‐ | |
| (dispatch; send off; ship; consign) | ; ; | |
| (go forward; advance; progress; move forward; go ahead) | voorwaarts gaan ; | |
| ||
come forward (introduce oneself) | ||
straightforward (perfectly simple; quite simple; very easy; as easy as lying) | ; | tutsimpla |
straightforward (simple; common; unpretentious) | ||
straightforward (clear; distinct; plain; lucid; limpid) | ; ; | |
straightforward (faithful; loyal; upright; staunch; true; trusty) | ; ; ; trouwhartig | |
| English | Dutch |
|---|---|
| forward | ⇆ aanvaller; ⇆ afzenden; ⇆ bereidwillig; ⇆ bevorderen; ⇆ brutaal; ⇆ doorsturen; ⇆ doorzenden; ⇆ expediëren; ⇆ geavanceerd; ⇆ gevorderd; ⇆ naar voren; ⇆ nasturen; ⇆ nazenden; ⇆ opsturen; ⇆ op termijn; ⇆ opzenden; ⇆ overmaken; ⇆ óversturen; ⇆ overzenden; ⇆ progressief; ⇆ spits; ⇆ spitsspeler; ⇆ toeschietelijk; ⇆ toesturen; ⇆ toezenden; ⇆ vergevorderd; ⇆ versturen; ⇆ verzenden; ⇆ voor‐; ⇆ voorhoedespeler; ⇆ voorlijk; ⇆ voorover; ⇆ voorste; ⇆ voort; ⇆ vooruit; ⇆ vooruithelpen; ⇆ vooruitstrevend; ⇆ voorwaarts; ⇆ vrijpostig; ⇆ vroeg; ⇆ vroegrijp |
| carriage forward | ⇆ ongefrankeerd; ⇆ vracht betaalbaar ter plaatse |
| carried forward | ⇆ per transport |
| come forward | ⇆ naar voren treden; ⇆ zich aanbieden; ⇆ zich aanmelden; ⇆ zich melden |
| forward axle | ⇆ vooras |
| forward journey | ⇆ heenreis |
| from this day forward | ⇆ van nu af; ⇆ van nu af aan |
| put forward a proposal | ⇆ aankomen met een voorstel |
| the forwards | ⇆ de voorhoede |
| centre‐forward | ⇆ middenvoor; ⇆ midvoor |
| forwarder | ⇆ afzender; ⇆ bevorderaar; ⇆ expediteur |
| forwarding | ⇆ afzending; ⇆ bevordering; ⇆ expeditie; ⇆ toezending; ⇆ verzending |
| forwardness | ⇆ bereidwilligheid; ⇆ brutaliteit; ⇆ geavanceerdheid; ⇆ ijver; ⇆ voorlijkheid; ⇆ vooruitstrevendheid; ⇆ vrijpostigheid; ⇆ vroegtijdigheid |
| henceforward | ⇆ in het vervolg; ⇆ van nu af; ⇆ van stonden aan; ⇆ voortaan |
| straightforward | ⇆ doodeenvoudig; ⇆ doodgewoon; ⇆ eenvoudig; ⇆ eerlijk; ⇆ gewoon; ⇆ ongecompliceerd; ⇆ oprecht; ⇆ recht door zee gaand; ⇆ rechttoe rechtaan; ⇆ zakelijk |