Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word zwijn

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(varken);
🔗 Het is dus een gewoon zwijn.
carouser
;
guzzler
;
;
🔗 Dat hier zwijnen zitten, is wel duidelijk.
;
windfall
(ever; everzwijn);
🔗 Ook herten, wilde zwijnen en eekhoorns zijn er dol op.
(ever; wild zwijn);
🔗 Kom, we gaan nu lekker everzwijn eten!
(halsbandpekari)
collared peccary
;
musk hog
tajasuo
pot‐bellied pig
pendventra porko
(hertzwijn; babiroesa);
deer‐hog
(babiroesa; hertezwijn);
deer‐hog
(wrattenzwijn; wratzwijn)
wart‐hog
(knobbelzwijn; wratzwijn)
wart‐hog
(wrattenzwijn; knobbelzwijn)
wart‐hog
;
dissolute
;
(aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten)
revel
;
wallow
zwijnen
(boffen; geluk hebben; het treffen)
be lucky
;
have good luck
esti bonŝanca
(varkenshok; varkenskot)
sty

DutchEnglish
zwijn⇆ hog; ⇆ swine
paarlen voor de zwijnen werpen⇆ cast pearls before swine
parels voor de zwijnen werpen⇆ cast pearls before swine
wild zwijn⇆ boar; ⇆ razorback; ⇆ wild boar
everzwijn⇆ boar; ⇆ razorback; ⇆ wild boar
halsbandzwijn⇆ collared peccary; ⇆ musk hog; ⇆ quenk
hangbuikzwijn⇆ pot‐bellied pig
knobbelzwijn⇆ wart‐hog
wrattenzwijn⇆ wart‐hog
wratzwijn⇆ wart‐hog
zwijnachtig⇆ hoggish; ⇆ swinish
zwijnestal⇆ pig’s mess; ⇆ flea‐bag; ⇆ pig pen; ⇆ piggery