Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word zitkamer

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(huiskamer; woonkamer; woonvertrek);
sitting‐room
🔗 Frodo, Pepijn en Sam gingen terug naar de zitkamer.
(holte; hartkamer)
ventricle
(lokaal; vertrek)
🔗 Ze is niet op haar kamer!
(poseren); ;
pass oneself off
🔗 José zat ook naar hem te kijken.
(zijn; wezen)
🔗 Waar zit je?

DutchEnglish
zitkamer living‐room; lounge; parlour; sitting‐room
kamer chamber; den; pad; room; ventricle
zitten be inside; do; sit; be seated; set; do time; be