Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word wasruimte

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(waskamer)
wash‐room
kosma spaco
🔗 Misschien hadden we nooit de ruimte in moeten gaan.
🔗 Daar was ruimte in overvloed.
(plaats);
🔗 Atomen bestaan voornamelijk uit lege ruimte.
lesivi
(was‐)
🔗 Volgens de regering zijn meer dan zeshonderdduizend mensen getroffen door het wassende water.
(uitwassen; ómspoelen; afwassen);
🔗 Ze wastte haar lange, donkere haar.
(opgaan; rijzen; stijgen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
(aanwassen; groeien; toenemen);
🔗 De oude maan verdween en een nieuwe maan wies en nam af in de wereld daarbuiten, terwijl wij daar vertoefden.
(mengen; mêleren)
shuffle

DutchEnglish
wasruimte wash‐room
ruimte slot; accommodation; bay; capacity; space; room; scope; void; offing
wassen be on the increase; grow; increase; launder; lave; pan off; pan out; wash; wax; waxen; wash down; washing; shuffle; rise; wash up